Van Namelok ontvingen wij in het eerste kwartaal 2021 voor de tweede keer een aanvraag voor de FGF-bijdrage. Deze keer was de aanvraag voor het maken van een magazine om de resultaten uit Op Gespannen Voet te presenteren, een onderzoek naar tenten in de architectuurdiscipline. Namelok had voor ditzelfde project in het vierde kwartaal van 2020 ook ingediend.

De verkenningsfase van dit onderzoek is inmiddels bijna af waarmee het idee over de publicatie van de resultaten ook een stuk concreter is geworden. De FGF-regels zijn dat er elk kwartaal één aanvraag wordt gehonoreerd. Helaas, niet Namelok, zo heeft het bestuur van de FGF besloten. Ik sta daar natuurlijk achter maar blijf de kwestie van de tenten interessant vinden.

De vraag of tenten tot het domein van de architectuur gerekend moeten worden begrijp ik, maar vind ik persoonlijk iets minder interessant dan Namelok. Waarom: omdat ik vind dat tenten een zeer nuttig instrument zijn voor o.a. huisvesting: zeer flexibel, doeltreffend, wellicht ook mooi. En of het dan architectuur is, tja. Er zijn heel veel dingen die niet tot het werkterrein van de architectuur gerekend worden en die toch buitengewoon boeiend, nuttig, fraai en noem het maar op zijn. Toch vind ik de stellingname van Namelok ook waardevol omdat íemand natuurlijk de grenzen van architectuur moet bepalen maar ook moet bediscussiëren en dat is in dit geval Namelok.

Ik ken Namelok als partner van één van de participaties van mijn investeringsbedrijf PG2. Dat bedrijf investeert in jonge ondernemingen. Ook daar heb ik, zij het van een afstandje, Namelok als behoorlijk vasthoudend gezien en dat belooft dus wat voor de discussie over tenten als architectuur. Nogmaals, ik kan het fijne, nuttige, mooie, etc., van tenten persoonlijk ook wel los zien van of het architectuur is of niet. Het zou ook kunnen gaan om de betekenis van de tent voor de maatschappij. Zo kunnen er o.a. mooie feesten in gehouden worden, dienen ze als tennishallen, maar spelen ze ook een rol in het huidige coronatijdperk als testlocatie, ruimte voor vaccinaties en voor de Fieldlab evenementen en meer in het algemeen als tijdelijke ruimte. Heel belangrijk allemaal. 

Ik heb zelf een verleden in de tijdelijke ruimte via ons (eind vorige eeuw verkochte) bedrijf Groenendijk Yellow Cabin. Dat begon door mijn vader in 1947 als een klein transportbedrijf en groeide uit tot een Noord Europese speler op het terrein van tijdelijke ruimte met 10.000 eenheden. Eerst ging het om keetwagens voor bouwvakkers en schilders. Later ging het om units die gecombineerd konden worden tot ruimtes voor festivals, scholen en ziekenhuisvleugels. Het gebruik van de units gaat nu ook sterk in de richting van woningbouw.  

Ik zou aan Namelok de vraag kunnen stellen of zij naast de stelling dat tenten tot architectuur zouden moeten worden gerekend ook interesse hebben in het vraagstuk van de behoefte aan, zoals sommigen zeggen, 1 miljoen woningen in de komende 10 jaar (wat waarschijnlijk overdreven is maar goed) en of tenten daar ook een rol in zouden kunnen spelen. Voor mensen die een stringent denkraam hebben komt dit wellicht fout over maar voor mensen met een creatieve geest…..

Fleur Groenendijk

Voor de Fleur Groenendijk Foundation

Q1 2021