De Glorie En De Ondergang Van de Wielewaal, Anne Beeksma

Wielewaal

Het stadscentrum van Rotterdam werd in het begin van WOII gebombardeerd en Rotterdam West in 1943. In de oorlog zijn er in Rotterdam een aantal nooddorpen gebouwd om de eerste leed zo veel mogelijk te verzachten. Deze dorpen bleven veel langer in gebruik dan men had verwacht omdat de woningnood groot was en omdat alhoewel het nieuwe Basisplan van Van Traa voor de wederopbouw al in 1946 klaar was er pas echt met het bouwen van de wederopbouw woningen gestart werd in de jaren vijftig.

In 1949 werden in Rotterdam Charlois de 545 woningen in het plan Wielewaal opgeleverd. De Wielewaal wordt wel eens in 1 mond genoemd met de nooddorpen maar is in feite het eerste plan met noodwoningen in Rotterdam na de oorlog en maakt dus deel uit van de wederopbouw.

De woningen zijn ontworpen door de architecten J. Denijs en P. Van Drimmelen. Het zijn grondgebonden woningen van 60-90m2 en hebben slechts 1 bouwlaag. De standaard woning heeft drie slaapkamers maar door het toepassen van een bredere beuk of het toevoegen van een extra beuk zijn er ook woningen met vier of zelfs vijf slaapkamers. Alle woningen liggen in het groen en hebben een oost-west oriëntatie en een eigen tuin. Het geheel oogt als één van de nu nog steeds zo populaire vakantieparken buiten de randstad. Afgezien van de bouwkundige staat van de woningen, die niet meer van deze tijd is, liggen de woningen er dus riant bij.

De woningen zijn gebouwd met een lichtgewicht constructie met gevels uitgevoerd als dunne spouwmuren en een houten begane grondvloer op prefab betonnen balken. De woningen liggen op staal dat wil zeggen ze zijn verder niet gefundeerd. Nu bouwen we onze woningen zo niet meer zelfs niet als vakantiewoning. Inmiddels zijn wij collectief gewend aan een ander comfort niveau en vinden wij dat onze gebouwen goed geïsoleerd moeten zijn. Met name op het gebied van het bouwfysische en installatietechnische vlak heeft de woningbouw een grote ontwikkeling doorgemaakt. Wij bouwen vandaag de dag goede badkamers, grote keukens en vinden het heel gewoon dat de woning warm is in de winter en koel in de zomer en dat we geen geluidshinder van buren en verkeer hebben.

Alhoewel bouwkundig verouderd waren de woningen dus nog steeds populair. Behalve goedkope vierkante meters hebben ze een volledig grondgebonden plattegrond en de ligging in het groen is een kwaliteit die inmiddels zelfs voor woningen in een hoger segment schaars is. Het is niet voor niets dat de bewoners lang hebben gestreden om hun woningen te behoeden voor sloopt.

Het voorstel om dan tenminste de verkaveling en stedenbouwkundige structuur te handhaven en op te bouwen met nieuwe kleine woningen waarin de oorspronkelijke bewoners terug zouden kunnen keren lag dan ook voor de hand. Dat dit echter een valkuil kan zijn bewijst het treurige resultaat van het in 1989 nieuw opgebouwde Witte dorp, in een poging om in ieder geval de grote stedenbouwkundige kwaliteit van het plan met noodwoningen uit 1922 van architect J.J.P. Oud te redden.

Het valt namelijk niet mee om een rendabel plan te bouwen met eenlaagse grondgebonden woningen. Een simpele rekensom leert dat zelfs bij kleine woningen van 60-90m2 in het geval van het bouwen van een volledige plattegrond op de begane grond, deze woningen een zodanig grondbeslag heeft dat het dubbele is van een standaard nieuw te bouwen rijtjes woning. Meestal zal zelfs gekozen worden voor een beneden boven of duplex woningen waardoor acht woningen op dezelfde grond gebouwd kunnen worden maar liever nog voor de bouw van appartementen waardoor op de oppervlakte van drie woningen al snel een veelvoud aan appartementen gebouwd kunnen worden. Het is dan ook geen verassing dat in het nieuwe plan voor de Wielewaal 110 appartementen opgenomen zijn.

Dit neemt niet weg dat waren de woningen in het plan Wielewaal particulier bezit geweest het zeer de vraag is of ze dan ook gesloopt zouden worden of dat ze juist door hun bewoners intern gekoesterd en gerenoveerd zouden zijn geworden. Echter in het bezit van een woningbouwvereniging of gemeente voldoen ze niet aan de minimale eisen voor goede woningen en zijn ze simpelweg niet rendabel.

Of ook is overwogen om de Wielewaal intern te renoveren naar een niveau van comfort van deze tijd zoals dat op geslaagde wijze gedaan is met de Kiefhoek (1928 eveneens door architect J.J.P.Oud) door oud Rijkbouwmeester Wietze Patijn zal hopelijk te boven komen in het onderzoek.

Omdat sloop nu vast staat is het mooi dat de Wielewaal gedegen gedocumenteerd wordt. Als Anne Beeksma er daarbij in zou slagen om de afwegingen en beslissingen (en de context waarin deze genomen zijn) tot de bouw én de sloop in de rapportage op te nemen zou het onderzoek daadwerkelijk iets toevoegen aan wat we al weten: dat de Wielewaal een bijzonder monument was van de naoorlogse bouw.

Dikkie Scipio voor FGF

 

 

The Triumph and Demise of Wielewaal, Anne Beeksma

Wielewaal

The city centre of Rotterdam was bombed at the beginning of WWII and Rotterdam West was bombed in 1943. During the war several temporary housing areas, or ‘emergency villages’, were built in Rotterdam to soften the initial blows as much as possible. These houses ended up being lived in much longer than originally anticipated because the housing shortage remained acute even after the war and because the basic rebuilding plan by Van Traa, which on paper was complete by 1946, was only really put into effect when housing construction began in the 1950s.

The 545 homes of the Wielewaal plan for Rotterdam Charlois were built in 1949. Though often lumped in with the other temporary housing projects, Wielewaal was actually the first, and therefore not insignificant, post-war residential neighbourhood in Rotterdam. The houses were designed by architects J. Denijs and P. van Drimmelen. They are single family homes of 60-90 m2 with only one level. The standard type has three bedrooms, though some have been given a wider or extra bay, allowing for four or sometimes even five bedrooms. All the houses are situated in a green environment, are positioned east to west and have private gardens. As an assemble, Wielewaal looks like those holiday villages outside of the Randstad that are still currently popular. So apart from their technical state and the lack of modernisation, the houses are in a comfortable setting.

The houses were built with light-weight construction techniques and thin cavity wall facades, and have a wooden ground floor on prefab concrete beams. The houses rest on steel slabs – that is to say, they have no foundations. We don’t build like that anymore, not even holiday homes. We have now grown accustomed to a different level of comfort and we believe our buildings should be well-insulated. Particularly in the areas of building physics and fittings technology, house building has made huge strides. Today we build good bathrooms and big kitchens and we consider it normal that a house is warm in the winter and cool in the summer and that we are shielded from noisy neighbours and traffic.

While they are structurally outdated, the houses have remained popular. Along with the cheap square meterage, the fact that they have complete ground-floor layouts and are set within green surroundings gives them a certain quality that rivals even the higher-end housing market where such space has become scarce. It’s clear why the residents have fought long and hard against demolition.

At the very least, retaining the parcelling and neighbourhood structure and rebuilding small new homes to which the residents could return, would therefore be a plausible course of events. That such a course can be a pitfall is demonstrated by the dismal outcome of the Witte Dorp, rebuilt in 1989 in an attempt to preserve at least the quality of the urban layout designed by architect J.J.P. Oud in his 1922 plan for temporary housing. In fact, it is not easy to design a viable plan involving single-storey houses. A simple calculation reveals that even with small houses of 60-90 m2, that consist of a single level layout, double the amount of ground space is needed compared to a standard, newly built row-house. Usually duplexes or a combination house of upper and lower flats would be built, allowing eight homes to be built on the same plot of land, but even more preferable would be building flats which, even within the parameters of three houses, would create a multitude of apartments. It’s no surprise then that the new plans for Wielewaal include 110 apartments.

If the Wielewaal houses had been privately owned, the unavoidable question is whether they would have been demolished or instead cherished by their owners and renovated internally. However, being owned by a housing corporation or city council means this type of housing does not meet even the minimum standards of today and that they are simply not viable. Hopefully the assessment report will reveal whether internal renovations were considered for Wielewaal, to raise the level of quality and comfort as was successfully done with the Kiefhoek project (1928, also by J.J.P.Oud) by former Chief Government Architect Wietze Patijn.

Since demolition has now been decided upon, it’s positive that Wielewaal will be thoroughly documented for history. If Anne Beeksma manages to elucidate all the considerations and decisions (and their context) regarding its building and demolition, then her report will be a useful addition to what we already know: that Wielewaal has historic value in the context of post-war architecture.

Dikkie Scipio for FGF