Dit kwartaal was er sprake van twee winnaars, namelijk Architectenbureau TomDavid en Jaime Levinas. Onderstaande de columns van Dikkie op beide projectplannen.

 

Denken

Architectenbureau TomDavid

Het was 1983 dat de Frans-Zwitserse architect Bernard Tsumi de prijsvraag won voor het nieuwe Parc de la Villette: de herinrichting van Les Abbattoirs, het slaghuisterrein in Parijs. Tsumi maakte gebruik van het door de filosoof Jaques Derrida ontwikkelde deconstructivisme als inspiratiebron. Deze stroming ging er van uit dat de wereld niet zo overzichtelijk en geordend was als het modernisme ons liet geloven en probeerde houvast te bieden in de verwarring en onvoorspelbaarheid van de dagelijkse realiteit. Het was de tijd waarin ook de chaostheorie, de theorie van het effect van exponentieel toenemende onzekerheid, grote populariteit verwierf. Het is de theorie waarin op wiskundige grondslag verklaard wordt dat elke input effect heeft op alles waarbij zelfs het handelen van de kleinste wezens van grote invloed kan zijn. Eduard Norton Lorenz verbeeldde de theorie met het ‘vlindereffect’, waarbij de invloed van een opstijgende vlinder in Brazilië een orkaan veroorzaakt in Texas. De veilige orde van de vijftiger jaren van de twintigste eeuw werd hiermee als maatschappelijk model verruild voor de acceptatie van de oncontroleerbare alomvattende chaos.

Het meest indrukwekkende van het plan van Tsumi in Parc de la Villette waren de Folies, die een schok in zowel de architectuur, als de landschapsarchitectuur en beeldende kunst veroorzaakte. Het archetype folie was een gebouwde ruimte zonder het normaal voor architectuur als noodzakelijk geziene inhoudelijke programma. De folie was een architectonische vorm zonder functie en daarom revolutionair in de nadagen van het modernisme dat de functie heilig verklaarde. Tsumi’s folies zijn een soort industriële stalen constructies en schurken aan tegen de beeldende kunsten. Vele heftige discussies in het vakgebied waren het gevolg. Was dit nog architectuur? Was het gebouwde filosofie en daarom beeldende kunst? Of moesten we het zien als decorstukken, zoals de romantische nagebouwde ruïnes die in de 18 en 19e eeuwse landschapstuinen in zwang waren? Tenslotte luwde de discussie enigszins in een algemeen aanvaarde consensus dat de folies vooral dienden als bakens om de verwarde en verdwaalde mens een weg te wijzen door het park, totdat ook het deconstructivisme niet langer ontzag inboezemde. De folie dook steeds vaker in parken en tuinen op en was inmiddels omarmd door een groter publiek die zich niet bezig hield met de filosofische betekenis van het begrip maar juist de charme van de veelal kleine gebouwtjes waardeert. Het is geen discussie meer of men dit soort kleine gebouwen mag rekenen tot de architectuur. Het is een inmiddels een in de armen van de gevestigde orde architecten gesloten concept, terwijl men in de beeldende kunsten slechts in weinige gevallen nog vindt dat de folie tot hun discipline gerekend mag worden. Het kleine gebouwtje evolueert qua verschijningsvorm maar blijft worstelen met de functie.

Totdat tijdelijkheid wordt geïntroduceerd als nieuw kenmerk. Een klein gebouw met een kort leven of een verplaatsbare of oproepbare architectonische vorm. De tijdelijkheid van het bestaan of de kortstondigheid van het gebruik laat een functionele toepassing toe waardoor er nieuw bestaansrecht wordt gecreëerd. Waar het bestaansrecht van de folie eerst wordt ontleend aan het ontbreken van functie en het gebruik wordt overgelaten aan het toeval blijkt het voortbestaan van de soort opnieuw afhankelijk van de functie. De kleine constructies die nu overal te vinden zijn in de grote steden van de wereld in parken of op of aan gebouwen heten nu paviljoens of nemen namen aan zoals parasiet, nomadische of mobiele architectuur.

TomDavid Architecten spreken van een kleinschalige poëtische mogelijkheid voor een verrijking van de openbare stedelijke ruimte en benoemen hun project pop-up cinema als mobiele architectuur in de traditie van hefbruggen, havenkranen en gangways. Zowel in schaal als in vorm en materialisering als in de betekenis voor de openbare ruimte is hier grote verwantschap te vinden met de folies die Tsumi dertig jaar geleden introduceerde. Tezamen met de mondiale sociaaleconomische maatschappelijke mechanismen waar TomDavid Architecten zeggen door gefascineerd te zijn is de overeenkomst nauwelijks meer over het hoofd te zien. De vraag blijft hoeveel architectuur is nodig voor de functie of hoeveel functie is nodig voor de architectuur van de pop-up? De FGF is zeer benieuwd naar de kwaliteit die dit project belooft te hebben en hoopt met het toekennen van de subsidie het denken en de discussie over de scheidslijnen van de architectuur opnieuw aan te wakkeren.

 

Dikkie Scipio
voor FGF

 

FOLLOW UP VAN TOMDAVID

Het idee is uitgewerkt naar een werkbaar voorlopig ontwerp.
Door studenten van de WdKA wordt aan een korte teaser gewerkt (animatie), er is een 2D presentatie (van analyse tot voorstel ontwerp) en er wordt nog een beweegbaar schaalmodel gemaakt (3D).
Inmiddels hebben we met Astrid Sanson (directeur binnenstad) over ons voorstel gesproken en hebben we binnenkort een presentatie bij het bestuur van de Culturele Coöperatie (Nieuwe Luxor, LP2, Nederlands Fotomuseum en Lantaren_Venster).
We hebben ook met een aantal stakeholders (culturele partners) op de Wilheminapier gesproken (voor draagvlak en content). We mogen tzt een presentatie geven in de vernieuwde entree van het Las Palmas gebouw.
Hieronder een tweetal visuals van de Show Up en het uitvouw-principe.

AANDACHT VOOR DE LEEGTE

JAIME LEVINAS

Weinig wat door mensenhanden wordt gemaakt is zo statisch als een gebouw, is zo star en onbeweeglijk, vast verbonden met de grond waarop het staat. Weinig wat door mensenhanden is gemaakt reageert zo langzaam op de wensen en ontwikkelingen van de maatschappij als een gebouw. In eerste plaats een schuilplaats en daarna een drager van de identiteit van de gebruiker, de bezoeker, de stad, kan een gebouw slechts reageren op veranderingen door middel van de hand van meer of minder professionele ontwerpers of door verval en sloop. Leegstand is het vacuüm wat zich in alle gevallen bevindt tussen hergebruik en sloop. Er zijn altijd periodes van leegstand geweest en meestal zijn hier duidelijke en sociaal economische aanwijsbare redenen voor. Ook nu is de grote economische crisis waar we al enige tijd in verkeren de directe oorzaak van de leegstand. Maar anders dan eerder kan men wel de vraag stellen of het werkelijk zo is dat de gebouwen die nu leeg staan bij het aantrekken van de markt hun oude functie weer kunnen vervullen? Of is het zo dat er behoefte is aan andere, aan nieuwe of zelfs minder ruimte? Hoe weten we wat de kwaliteit is van gebouwen voor een nieuwe maatschappelijke behoefte die we nog niet of onvoldoende kennen? Hoe kennen we uberhaupt de kwaliteit van de lege gebouwen? Is bezoeken genoeg, is kijken genoeg? Of kunnen we ook voelen of luisteren? Het zijn serieuze vragen over het herijken van een aantal basis begrippen uit het architectonisch vakgebied die grappig genoeg gesteld worden door een groep jonge kunstenaars aangevoerd door een jonge cineast en een musicus.

Het middel dat ze daarvoor willen gebruiken is verrassend. Door performances met licht en geluid waarbij de leegte dient als projectievlak wordt een ruimtebeleving opgeroepen die anders onopgemerkt zou blijven. Hoe mooi is het dat een van de godfathers van de architectuur, Le Corbusier, in samenwerking met zijn jonge medewerker Xanakis, in 1958 op de wereldtentoonstelling in Brussel al een paviljoen neerzette dat als enige doel had om geluid en licht te projecteren? Philips had vanaf 1956 een natuurkundig laboratorium waarin baanbrekend onderzoek gedaan werd en met de allernieuwste technieken geëxperimenteerd werd. Middels art-director ir. C. Kalff contracteerde het bedrijf Le Corbusier om een omgeving te scheppen waarin  Philips de nieuwste technieken aan het publiek kon presenteren. Le Corbusier nodigde vervolgens Edgard Varèse uit om samen met hem en de ingenieurs van het bedrijf het “elektronische gedicht voor de 20ste eeuw” te componeren. Varèse accepteerde de uitnodiging en werkte 2 jaar aan de opdracht, wat het begin van een nieuwe muziekstroming, de elektronische muziek, een muziek geproduceerd, bewerkt en uitgevoerd met elektronische apparatuur, zou worden. Het natuurkundige laboratorium heeft nog tot 1960 bestaan waarna het overgenomen werd door de Universiteit van Utrecht en waarmee de leer van de elektronische muziek, de sonologie was geboren.

De fascinatie voor elektronische techniek luidde het begin in van een lange reeks uitvindingen waarna eind vorige eeuw een enorme revolutie in gang gezet is die uiteindelijk geleid heeft tot het ontstaan van een geheel nieuwe digitale wereld met als belangrijkste eigenschap het delen van kennis. Nooit eerder had elk individu zo’n toegang tot zo ongelofelijke hoeveelheid informatie waarvoor hij niet op pad moet. De informatie komt op elk moment naar hem toe. Het kan niet anders dan dat dit grote invloed heeft op hoe wij omgaan met ruimte, op hoe wij kijken naar de noodzaak, de reden en de vorm van verplaatsing van ons zelf en alle goederen waar wij gebruik van maken. De leegte van nu is misschien wel de stilte voor de storm waarin wij ons bezinnen over de nieuwe ruimte in de nieuwe werkelijkheid die nu langzaam tot ons doordringt.

Het is daarom mooi dat juist jonge kunstenaars en muzikanten zich buigen over het onderwerp van de leegstand en ons als publiek willen laten nadenken en laten voelen wat de kwaliteit van leegte eigenlijk is. Het is geen lichte ambitie om dit vraagstuk te belichten maar, misschien juist omdat hier ingezet wordt op beleving en niet op antwoorden, zeer de moeite waard. De FGF honoreert daarom de aanvraag en kijkt gespannen uit naar het resultaat.

Dikkie Scipio voor FGF

Rotterdam Kwartaal 3 2014

FOLLOW UP JAIME LEVINAS

Een impressie van Aandacht voor de leegte

Dust Projector V