De jury van de Meester 2018: “Bram stelt met zijn vraag aan de orde, wat nu precies de rol van de stedenbouwkundige zou kunnen zijn, in een complexe situatie waar geen sprake is van sturing door een vorm van centraal gezag. De jury geeft met de prijs de opdracht aan Bram om die vraag te beantwoorden.” Onderstaande Bram’s antwoord.

Het onderzoek Wihdatopia stelt aan de hand van een praktijkvoorbeeld vast dat stedelijke ontwikkeling zich kan manifesteren zonder dat er sprake is van een vorm van centraal gezag. In deze uitzonderingspositie is er voor de stedenbouwkundige discipline een belangrijke rol weggelegd in de ontwikkeling van de heterotopie. Een ‘andere plek’ met een wederzijdse symbiose, van waarden voor stad en maatschappij. Een tussenruimte die kansen biedt voor de aan het zicht onttrokken tekortkomingen van het stedelijk leven. 

Het onderzochte vluchtelingenkamp Al Wihdat in Amman laat zien dat – ondanks jaren van bestuurlijke uitsluiting en verbannen te zijn van stadsplanning – tentenkampen zich via een heterotopische tussenfase kunnen ontwikkelen tot hoogstedelijk gebied. De afzondering en het daaruit voorkomende isolement maakte het mogelijk binnen de grenzen van de nederzetting bijzondere condities te scheppen. Omstandigheden om een ruimte te openen die sterke overeenkomsten vertoont met haar omgeving en tegelijkertijd door haar afzondering normen en waarden buiten het kamp verwerpt. Aan deze heterotopische situatie ontleent het vluchtelingenkamp haar gebruikslogica en verschijningsvorm. Een leefomgeving met een schoonheid die zich niet uit in de esthetiek van architectuur; maar haar karakter en redeneerkunst ontleent aan de manier waarop haar bewoners wonen en zich voortbewegen in de openbare ruimte. 

De evolutie van deze tussenruimte, gaat uit van een onopgelost ontwikkelingsperspectief. Een situatie zonder eindbeeld. De ontwikkeling en groei van deze ‘andere plekken’ worden – zonder inmenging van een vorm van centraal gezag – mogelijk gemaakt door een ruimtelijke structuur. Een structuur en ordening die kan anticiperen op veranderende normen en waarden. Beginselen die verandering onderhevig zijn worden vertaald naar de fysieke leefomgeving door de inbreng van het vocabulaire en gereedschap van de stedenbouwkundig ontwerper. De interventie van stedenbouwkundige principes leiden een nieuwe fase van ontwikkelingen in. Hierdoor kan de heterotopie meebewegen met de veranderende zienswijze van de maatschappij op de omstandigheden in deze tussenruimten. 

In tijd, zo constateert het onderzoek, kan het isolement zelfs worden opgeheven, het kamp is dan uit ontwikkeld. De heterotopie voltooit daarmee een ontwikkelingscyclus die aantoont dat vluchtelingenkampen stad kunnen worden. Het onderzoek brengt daarmee een belangrijke vraag voor het voetlicht: als vluchtelingenkampen stad kunnen worden; waarom zijn deze ruimten dan geen onderdeel zijn van stedelijke ontwikkeling? 

Daarnaast toont het onderzoek aan dat deze heterotopische ruimten niet alleen kansen bieden voor vluchtelingen en ontheemden maar ook voor ander doelgroepen. Mensen die door de huidige tweedeling in de maatschappij buiten de boot vallen. De betekenis en rol van deze plekken voor stedelijke ontwikkeling in de context van de westerse stad wil ik graag nader onderzoeken. Dit beoog ik te doen door in een vervolgtraject het experiment van de heterotopie te projecten op het stedelijk leven van de stad Rotterdam. Door dit te doen hoop ik een dialoog te openen over de mogelijke inbreng van stedenbouw in een debat over stedelijke ontwikkeling zonder sturing van een vorm van centraal gezag.

Bram van Ooijen, Meester 2018